Een kerkdienst in de Dorpskerk heeft altijd dezelfde onderdelen. De meeste daarvan hebben eeuwenoude wortels.
Na het zingen van de voorzang (de eerste psalm op het psalmbord) komt de kerkenraad binnen en is er een moment van stil gebed. Ieder kan zijn eigen gedachten en vragen bij God brengen als voorbereiding op de dienst. De predikant heet de mensen welkom en doet eerst een paar mededelingen, voor de dienst officieel begint.
Votum en groet
De predikant draagt de dienst op aan God en spreekt uit dat we Zijn hulp en trouw verwachten. Vervolgens groet hij de gemeente namens God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Zingen
De gemeente zingt een psalm. Op het psalmbord staan de nummers aangegeven.
Lezing van de wet of Geloofsbelijdenis
In de morgendienst leest de predikant de Tien Geboden voor (Exodus 20:1-17), die God ons als leefregels gegeven heeft. De bedoeling is niet alleen dat je niet doet wat God verboden heeft. Het gaat er ook om dat je het tegenovergestelde juist wel doet. Om dat te benadrukken, lezen we er vaak bij hoe Jezus deze regels samenvat als liefde tot God en liefde tot elkaar (Mattheüs 22:37-40).
In de middagdienst spreekt de predikant namens de gemeente een geloofsbelijdenis uit. Doorgaans is dat de apostolische geloofsbelijdenis, die al vanaf de 4e eeuw wordt gebruikt als samenvatting van het christelijk geloof.
Zingen
De gemeente zingt een psalm als antwoord op de wet. Dat kan een lied vol schuldbelijdenis zijn, of een lied dat ons voornemen verwoordt om God oprecht te gehoorzamen. Een psalm als antwoord op de geloofsbelijdenis is vaak een lied vol overgave aan God.
Gebed
De predikant bidt om de Heilige Geest. De Heilige Geest van God hebben wij nodig om het Woord van God te begrijpen, te geloven en te gehoorzamen. God is zo anders dan wij dat wij Hem nooit met alleen ons eigen verstand kunnen leren kennen. En in ons hart zit veel weerstand om God te vertrouwen en te gehoorzamen. God moet ons echt helpen, anders komen Zijn woorden in deze kerkdienst niet bij ons binnen. (Het gebeurt soms dat eerst de Schriftlezing plaatsvindt, en daarna het gebed.)
Schriftlezing
De predikant leest een of meerdere gedeelten uit de Bijbel. Dit is wat God ons vandaag te zeggen heeft. In de preek zal het worden uitgelegd.
Collecte
Terwijl het orgel speelt, wordt er geld ingezameld (gecollecteerd). Er zijn twee collectes: een om de kerk in stand te houden en een voor mensen in nood.
Zingen
De gemeente zingt een psalm die te maken heeft met het Bijbelgedeelte.
Prediking
De predikant houdt de preek. Hij legt het Bijbelgedeelte uit dat eerder is voorgelezen. De preek verkondigt wie God is en dat God ons vergeving van onze zonden belooft als wij geloven in Jezus Christus, die voor onze zonden is gestorven. Ook wordt duidelijk gemaakt wat dit Bijbelgedeelte te zeggen heeft over hoe God wil dat wij leven.
Zingen
De gemeente zingt een psalm als antwoord op de preek. Het is vaak een psalm waarmee je je vereenzelvigt met de boodschap van de preek.
Gebed
De predikant spreekt namens de gemeente een dankgebed uit. Tijdens dit gebed wordt ook gebeden voor noden in de gemeente en in de wereld. Soms gebeurt dit in het eerste gebed van de dienst.
Zingen
De gemeente zingt staande een laatste psalm. Dit is vaak een lied van lof aan God.
Zegen
De predikant zegent de gemeente namens God. Daarmee is de dienst beëindigd en mag je als een gezegend mens naar huis.